Slaapproblemen

 

Bij neurofeedback houden we jou een spiegel voor van je eigen hersenactiviteit (EEG, hersengolven). Door bepaalde activiteit te belonen, bijvoorbeeld met een opgestoken duim kunnen we je hersenen aanleren om de eigen activiteit te sturen. Dit gaat grotendeels onbewust. Doordat jij voortdurend je hersenen "vertelt" hoe ze het doen gaan je hersenen hier al heel snel van leren. Bij slaapproblemen trainen we je hersenen op meerder vlakken, aangezien slaap een gecompliceerd proces is.


Achtergrondinformatie over slaapproblemen

Slaapproblemen zijn wijd verbreid onder de mensen. Volgens sommige onderzoeken heeft ongeveer 50% van de mensen enkele nachten per week symptomen van slapeloosheid.

Vaak helpt het verbeteren van de slaaphygiëne: zoals meer rust nemen voor het slapen, een koude slaapkamer, schoon beddegoed, geen mentale inspanning vlakvoor het slapen, niet teveel koffie, regelmaat en een goede matras. Soms kan ook een middel als melatonine (lichaamseigen hormoon) een uitkomst bieden.

Bij ernstigere vormen van slaapproblemen worden er vaak medicijnen voorgeschreven, maar deze hebben op de lange termijn vervelende bijwerkingen. Een slaaponderzoek kan in kaart brengen hoe de slaap verstoord wordt en hoe dit eventueel verholpen kan worden door middel van medicatie of andere hulpmiddelen.  Een belangrijke groep ondervindt zelfs na al deze onderzoeken geen duurzame oplossing voor de slaapproblemen. Bij deze groep kan neurofeedback een uitkomst bieden.

Neurofeedback is geen wondermiddel in de zin dat het voor iedereen werkt, maar bij een aanzienlijk deel van de mensen die blijft zitten met slaapproblemen hebben wij in de afgelopen jaren de slaap zien verbeteren. Door deze resultaten vinden wij dat neurofeedback wat extra aandacht verdient met betrekking tot dit thema.  In de Margriet More Happy Body van eind januari staat een verhaal van één van onze cliënten. Eerder hebben wij ook hiermee in de Marie Claire gestaan.  

Achtergrondinformatie over neurofeedback bij slaapproblemen

Slaapproblemen, slaapstoornissen, insomnia of slapeloosheid kan zich voordoen in verschillende stadia van het slapen. Zo kan het inslapen bemoeilijkt zijn, het doorslapen, iemand kan vaak met zijn benen bewegen (RLS, Restless Legs Syndrome) en het kan zijn dat niet alle slaapstadia goed doorlopen worden, waardoor de slaapduur wel redelijk lang lijkt maar men toch niet uitgerust wakker wordt. Er is ook nog een reeks van speciale aandoeningen die te maken hebben met de slaap, zoals slaapwandelen, bruxisme, slaapapneu en nachtelijke epilepsie.

De slaap is een ingewikkeld proces waarbij het brein door allerlei waakzaamheidtoestanden gaat. Eén van die stadia (de REMslaap) komt qua waakzaamheid zelfs overeen met de waakzaamheid die iemand overdag heeft in wakkere toestand. Op EEG niveau kunnen we dit terug zien. De stadia zijn in het kort onder te verdelen in de volgende fasen:

1e slaapfase: deze kenmerkt zich door theta-golven met hoge amplitude.
2e slaapfase: tijdens deze fase produceert het brein snelle ritmische activiteit ook wel sleep-spindles genoemd.
3e slaapfase: in het EEG beginnen deltagolven op te komen,
4e slaapfase: meer dan  50 % van de tijd zijn er deltagolven te zien in het EEG. Dit is de diepste slaap.
5e slaapfase of REMslaap: het EEG geeft hetzelfde beeld als van iemand die wakker is, daarnaast produceert iemand snelle oogknipperingen, ook kan iemand nu hevig dromen.

Verschillende neurofeedbacktrainingen

Aangezien iemand in de slaap door allerlei waakzaamheidtoestanden heen gaat is het belangrijk dat het brein flexibel kan schakelen tussen deze toestanden en zich uberhaupt kan begeven in deze toestanden. Hier zijn de verschillende neurofeedbacktrainingen op gericht. Bij deze trainingen wordt zowel gelet op de resultaten van het QEEG als het type van de slaapproblemen. Ook andere eigenschappen van iemand, bijvoorbeeld snelle gespannenheid vertellen ons iets over welke training we moeten kiezen. De trainingen die bij slaapproblemen in aanmerking komen zijn:

SMR-trainingen: dit zijn golven in dezelfde frequentie als de sleep-spindles die in de 2e slaapfase veel voorbij komen. Al meer dan 30 jaar lang is het bekend dat het trainen van deze golven de slaapkwaliteit verbeterd en het aantal sleep-spindles toeneemt tijdens de slaap na deze training. De sleep-spindles stabiliseren de slaap, de slaapfasen worden langer en er zijn minder wisselingen tussen de verschillende slaapfasen. Tevens gaat het inslapen beter, aangezien SMR-trainingen een geestelijk en lichamelijk ontspannen toestand bevorderen. Deze trainingen worden ook regelmatig bij ADHD gegeven.

Alpha-trainingen: bij het inslaapvallen worden de alphagolven eerst geblockt door het brein. Maar voor het slapen, bij het ontspannen met ogen dicht komen de alpha-golven als het goed is op en geven aan dat het brein in een ontspannen toestand verkeerd. Het is als het ware een overgangstoestand tussen dagelijkse waakzaamheid en het slapen.

Theta-trainingen: In de diepere slaapfasen beginnen deze trage golven op te komen. Ook bij zeer diepe ontspanning of meditatie kunnen deze golven opkomen als iemand wakker is. Trainen van deze golven helpt vaak als de slaapstoornis samenhangt met psychische gespannenheid. Deze trainingen worden altijd in combinatie gedaan met andere trainingen, daar deze anders een soort dufheid kunnen opwekken.

Beta-trainingen: bij zogenaamde "over-arousal" in het nederlands teveel geprikkeldheid of te hoge waakzaamheid van het brein kan dit te zien zijn in het QEEG als een overmaat aan beta-golven. Omlaag trainen van deze activiteit eventueel in combinatie met alphagolven kalmeert het brein waardoor het slapen verbeterd. In sommige gevallen worden beta-golven ook omhoog getraind, en dan met name frontaal op het brein. Dit kan de cognitieve controle verbeteren die iemand heeft op bijvoorbeeld razende gedachten. Deze kunnen dan makkelijk opzij gezet worden, waardoor er meer rust is en het inslapen beter gaat. Speciale trainingen: soms werken deze trainingen niet en kan op grond van het QEEG op hele andere vlakken getraind worden.